Schaalgrootte rusthuis en financiële situatie woonzorg
- Details
- Categorie: Management
- Gepubliceerd op Maandag, 30 Juli 2007 16:22
- Een bijdrage van Zorgadmin
- Hits: 89858
Invloed van schaalgrootte op de financiële situatie van rusthuizen
In deze eindverhandeling werd de invloed van schaalgrootte op de financiële situatie van Vlaamse rusthuizen steekproefgewijs onderzocht. In totaal waren er op 1 januari 2007 62.647 rusthuisbedden in Vlaanderen erkend door de Vlaamse Gemeenschap. Deze steekproef maakt hiervan bijna 20% uit.
In het eerste hoofdstuk werd het profiel van de rusthuissector in Vlaanderen geschetst. Hierbij kwam vooreerst de positionering van de residentiële ouderenzorg in de gezondheidszorg aan bod. De Vlaamse visie op de gezondheidszorg is gebaseerd op een vierlijnenmodel, gaande van zelfzorg over mantelzorg en extramurale zorg tot intramurale zorg. De residentiële ouderenzorg, die in deze eindverhandeling centraal stond, behoort tot de intramurale zorg. Op dit niveau situeert zich namelijk de opname en de verzorging in een instelling.
In het tweede deel van dit hoofdstuk werden de Vlaamse bevoegdheden inzake ouderenvoorzieningen besproken. Rusthuizen kunnen onderverdeeld worden in drie categorieën, naargelang hun beheersinstantie: openbare rusthuizen, VZW-rusthuizen en private niet-VZWrusthuizen. Wat hun gemiddelde schaalgrootte betreft, hebben we vastgesteld dat de private niet-VZW-rusthuizen beduidend kleiner zijn dan de openbare rusthuizen en de VZW-rusthuizen. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat de private niet-VZW-rusthuizen niet worden gesubsidieerd. De openbare rusthuizen zijn gemiddeld gezien het grootst.
In het laatste deel van dit hoofdstuk hebben we de opbrengsten en kosten van rusthuizen besproken. De opbrengsten van rusthuizen bestaan uit woonopbrengsten, verblijfsopbrengsten en verzorgingsopbrengsten. De woonopbrengsten omvatten de subsidies van het VIPA, dat subsidies toekent voor het aankopen, bouwen, verbouwen, herconditioneren en inrichten van rusthuizen. Om voor subsidiëring in aanmerking te komen moeten echter wel een aantal voorwaarden vervuld zijn. De private niet-VZWrusthuizen worden niet gesubsidieerd. De verblijfsopbrengsten bestaan uit een dagprijs die gedragen wordt door de patiënt of familie van de patiënt. Als de eigen middelen niet volstaan kan men een tussenkomst van het OCMW vragen. De verzorgingsopbrengsten, tenslotte, omvatten een tegemoetkoming van het RIZIV. De kosten van een rusthuis zijn terug te brengen op woonkosten, verblijfskosten en zorgkosten. De zorgbehoevendheidsgraad, de personeelsomkadering, het percentage RVT-bedden, de beheersinstantie en de grootte van de instelling zijn determinanten die de kostprijs van een rusthuis bepalen.
In het tweede hoofdstuk werden de begrippen schaalgrootte, schaalvergroting en schaalverkleining toegelicht. Eerst werden deze begrippen gedefinieerd. Schaalgrootte wordt in deze eindeverhandeling opgevat in de enge zin, namelijk de omvang van een organisatie. Schaalvergroting wordt door Van Zijp (1997) gedefinieerd als het op een grotere schaal gaan produceren of zorg verlenen, met als doel efficiëntievoordelen en soms ook effectiviteitverbetering.
In het tweede deel van dit hoofdstuk hebben we de voordelen en nadelen van schaalvergroting in de rusthuissector besproken. Mogelijke voordelen zijn de verbreding van het zorgspectrum, de uitbouw van stafdiensten en de mogelijkheid tot jobrotatie. Daarnaast zijn er ook nog economische schaalvoordelen, zoals de vergroting van het financieel draagvlak. De mogelijke nadelen van schaalvergroting in de rusthuissector zijn het gevaar voor inhoudelijke nivellering en verarming, het verdwijnen van de dynamiek, het initiatief en de creativiteit, en het Matheuseffect dat kan optreden bij schaalvergroting.
Bij het bepalen van de optimale schaalgrootte van een rusthuis zijn twee aspecten belangrijk, namelijk het financieel aspect en het kwaliteitsaspect. Deze twee aspecten werden besproken in het derde deel van dit hoofdstuk. In deze eindverhandeling stond het financieel aspect centraal.
Het derde hoofdstuk spitste zich toe op de financiële prestatie-indicatoren die in het laatste hoofdstuk gebruikt werden om de financiële situatie van de rusthuizen te analyseren.
In het laatste deel van dit hoofdstuk hebben we de indicatoren van de globale financiële toestand weergegeven. Om de continuïteit van een onderneming niet in gedrang te brengen, dient de globale financiële toestand minimaal aan drie voorwaarden te voldoen. De eerste voorwaarde is een acid test ratio die minstens gelijk is aan één. De tweede voorwaarde is een financiële autonomie van meer dan 33%. Een positieve rentabiliteit is de derde voorwaarde.
In het vierde hoofdstuk werd de theorie aan de praktijk gekoppeld en hebben we de financiële situatie van de rusthuizen per grootteklasse geanalyseerd. We deden dit telkens eerst voor alle rusthuizen in de steekproef, abstractie makend van de beheersinstantie en vervolgens voor de OCMW-rusthuizen, de VZW-rusthuizen en de private niet-VZW-rusthuizen afzonderlijk. Het doel was om na te gaan of rusthuizen met een bepaalde schaalgrootte financieel betere resultaten boeken dan andere.
In het tweede deel van dit hoofdstuk hebben we de indicatoren van liquiditeit onderzocht. Kijkend naar de acid test per grootteklasse van alle rusthuizen in de steekproef, ongeacht de beheersinstantie, zagen we dat grote rusthuizen een betere acid test ratio hebben dan kleine rusthuizen. Ook bij de OCMW-rusthuizen en de private niet-VZW-rusthuizen hebben grote rusthuizen een betere acid test dan kleine rusthuizen. Bij de VZW-rusthuizen hebben zowel de kleine rusthuizen als de grote rusthuizen een vrij goede acid test ratio. Wat het aantal dagen klantenkrediet betreft, kon er geen éénduidig verband vastgesteld worden tussen de grootte van een rusthuis en het aantal dagen klantenkrediet. Wat wel opviel is dat het gemiddeld aantal dagen klantenkrediet bij de OCMW-rusthuizen bijna dubbel zo groot is dan het gemiddeld aantal dagen klantenkrediet bij de VZW-rusthuizen. Op het vlak van het aantal dagen leverancierskrediet, konden we vaststellen dat vooral de rusthuizen met 100-125 bedden veel betalingsuitstel ontvangen van hun leveranciers.
Vervolgens hebben we de indicatoren van solvabiliteit bestudeerd. De financiële autonomie is in het algemeen beter bij grote rusthuizen dan bij kleine rusthuizen. Bij de OCMW-rusthuizen hebben de rusthuizen met 75-99 bedden de beste financiële autonomie. Bij de VZW-rusthuizen zijn dit de rusthuizen met 100-125 bedden en bij de private niet-VZW-rusthuizen hebben de rusthuizen met meer dan 100 bedden duidelijk een betere financiële autonomie dan de rusthuizen met minder dan 100 bedden. Wat de ratio investeringssubsidies/eigen vermogen betreft, hebben we vastgesteld dat kleine rusthuizen een lager aandeel investeringssubsidies ten opzichte van eigen vermogen hebben dan grote rusthuizen. Bij de OCMW-rusthuizen hebben de rusthuizen met minder dan 100 bedden het laagste aandeel investeringssubsidies ten opzichte van eigen vermogen. Bij de VZW-rusthuizen zijn dit de rusthuizen met minder dan 50 bedden. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat kleine rusthuizen vaak geen investeringssubsidies ontvangen. De lange termijn schuldgraad is in het algemeen lager bij grote rusthuizen dan bij kleine rusthuizen. Bij de OCMW-rusthuizen hebben de rusthuizen met 75-99 bedden de laagste lange termijn schuldgraad. Bij de VZWrusthuizen zijn dit de rusthuizen met 100-125 bedden, en bij de private niet-VZWrusthuizen hebben de rusthuizen met meer dan 100 bedden de laagste lange termijn schuldgraad.
In het vierde deel van dit hoofdstuk hebben we de rentabiliteit van het eigen vermogen onderzocht. De rusthuizen met meer dan 75 bedden hebben in het algemeen een betere rentabiliteit van het eigen vermogen dan de rusthuizen met minder dan 75 bedden. Ook bij de VZW-rusthuizen en de private niet-VZW-rusthuizen hebben de rusthuizen met meer dan 75 bedden de beste rentabiliteit van het eigen vermogen. Bij de OCMWrusthuizen hebben bijna alle rusthuizen een negatieve rentabiliteit. Dit is echter niet dramatisch omdat het verlies van een OCMW-rusthuis wordt bijgepast door het OCMW, dat hoofdzakelijk werkt met middelen van de gemeente.
Tot slot van dit hoofdstuk hebben we de indicatoren van de globale financiële toestand besproken. Bij het bestuderen van de globale financiële toestand per grootteklasse van alle rusthuizen in de steekproef, abstractie makend van de beheersinstantie, stelden we vast dat de rusthuizen met 100-125 bedden in het algemeen de beste globale financiële toestand hebben. Ongeveer 30% van de rusthuizen in deze grootteklasse voldoet aan de drie voorwaarden voor een gunstige financiële toestand. Bij de OCMW-rusthuizen is er slechts één rusthuis dat aan de drie voorwaarden voor een gunstige financiële toestand voldoet. Dat rusthuis bevindt zich in de grootteklasse < 50 bedden. Het feit dat er slechts één OCMW-rusthuis aan de drie voorwaarden voor een gunstige financiële toestand voldoet komt doordat bijna alle OCMW-rusthuizen een negatieve rentabiliteit hebben. Bij de VZW-rusthuizen heeft de grootteklasse 100-125 bedden de beste globale financiële toestand. Binnen de private niet-VZW-rusthuizen zijn dit de grootteklassen 100-125 bedden en > 125 bedden. In beide grootteklassen heeft 33,33% van de rusthuizen een gunstige financiële toestand.
Het doel van deze eindverhandeling was dus om de invloed van schaalgrootte op de financiële situatie van rusthuizen na te gaan. We hebben vastgesteld dat grote rusthuizen meestal een betere financiële situatie hebben dan kleine rusthuizen. Natuurlijk is er naast het financiële aspect ook nog een kwaliteitsaspect. In dit verband wordt voornamelijk kleinschaligheid gepromoot. Om rekening te houden met zowel het financieel aspect als het kwaliteitsaspect zou een rusthuis kunnen werken met verschillende afdelingen. Zo wordt de kleinschaligheid van de zorg behouden, maar krijg je een grotere beheersdimensie. De voordelen van schaalvergroting worden dan gecombineerd met de voordelen van kleinschaligheid. Het is dus niet nodig dat rusthuizen een zekere schaalgrootte hebben, wel dat er een zekere schaalgrootte van beheer komt.
Julie Costermans
julie.costermans [at] student.kuleuven.be
Verhandeling aangeboden tot het behalen van de graad van licentiaat in de Toegepaste Economische Wetenschappen
Download de volledige eindverhandeling in .pdf formaat
Reacties kan u hier kwijt (registratie verplicht)

