Zorgbeheer beheer management rusthuis serviceflat wonen zorg ouderenzorg

De aanwezigheid van gezelschapsdieren in rust- en verzorgingstehuizen PDF Print E-mail
woensdag, 10 juni 2009 17:01

huisdieren rusthuisDe aanwezigheid van gezelschapsdieren in rust- en verzorgingstehuizen.

Dit artikel geeft de samenvatting weer van het eindwerk ‘de relatie tussen bejaarden en gezelschapsdieren: dieren in rust- en verzorgingstehuizen’, gemaakt door An Proost in kader van het behalen van het diploma Agro- en biotechnologie, afstudeerrichting Dierenzorg. Dit eindwerk bestaat uit een theoretisch gedeelte en een praktisch gedeelte waarvoor een enquête is afgenomen in rust- en verzorgingstehuizen om te achterhalen of hier dieren worden toegelaten en wat de motivatie voor deze keuze is.

Bejaardenbevolking

Onze bevolking vergrijst. Uit bevolkingsprognoses blijkt dat deze trend zich in de toekomst alleen nog maar zal verderzetten. De groep ouderen wordt stilaan ook steeds meer heterogeen. De oorzaak hiervan ligt in de veranderende historische en sociale context waarin mensen opgroeien, waarbij er een grotere variatie is in opvoeding en opleidingsniveau. De standaardlevensloop is vervangen door een keuzelevensloop, waarin iedereen zelf de volgorde van zijn levenstraject bepaalt. Door deze evolutie is de duidelijkheid sinds enkele decennia weggevallen. Mensen hebben nu meer keuzemogelijkheden, maar moeten ook meer beslissingen nemen. Waar voorheen de katholieke godsdienst een belangrijke rol vervulde, moet er nu zelf invulling worden gegeven aan het leven. Veel ouderen kunnen het daar moeilijk mee hebben. Ouder worden is een periode die gepaard gaat met veel veranderingen op verschillende vlakken. Het ene persoonlijkheidstype kan hier beter mee om dan het andere.

Huisvesting

Er bestaan verschillende huisvestingsvormen voor ouderen. Eén van de uitgangspunten van het Vlaamse ouderen(zorg)beleid is het principe dat ouderen, indien ze dit wensen, zo lang mogelijk in hun eigen vertrouwde omgeving moeten kunnen blijven wonen. Het kan echter een moeilijke opgave worden om zich te handhaven in de eigen woning, zeker als deze niet meer voldoet aan de noden. Ouderen kunnen beroep doen op verschillende soorten dienstverlening, zoals diensten aan huis, dagverzorgingscentrums en centrums voor kortverblijf. Als ouderen niet meer volledig individueel willen of kunnen wonen, bestaan er verschillende woonmogelijkheden waaruit ze kunnen kiezen. Tot deze mogelijkheden behoren duplexwonen, kangoeroewonen, groepswonen, woningcomplexen, aanleunwoningen en serviceflats. Als ouderen niet meer in staat zijn om individueel te wonen, kan de verhuis naar een rust- en verzorgingstehuis noodzakelijk zijn. Het is voor hen een ingrijpende beslissing om naar een instelling te verhuizen. Deze verhuis is meestal erg belastend en gaat gepaard met vele veranderingen. Het is erg pijnlijk als ze hierbij ook nog worden gescheiden van hun gezelschapsdier waarmee ze gedurende vele jaren mee hebben samengeleefd.

Invloed gezelschapsdieren

De huidige bejaardentehuizen zijn heel wat meer dan de steriele en onpersoonlijke bijgebouwen van ziekenhuizen waar bejaarden vroeger werden heengebracht. Ze spannen zich in om echte leefgemeenschappen te vormenhuisdier verzorgingstehuis voor de bewoners. De verantwoordelijken doen in toenemende mate moeite om een normale omgeving te creëren, waarin het dier dezelfde plaats inneemt als in de maatschappij. De positieve invloed van het gezelschap van dieren op de mens is reeds lang gekend. De invloed van gezelschapsdieren op bejaarden in een rust- en verzorgingstehuis is onder te verdelen in een fysische, psychische en sociale invloed.
Op fysisch vlak hebben dieren een uitgesproken positieve invloed op de algemene gezondheidstoestand, zoals verlaging van de bloeddruk en hartslag. In therapeutische programma’s kunnen dieren ook een belangrijke rol spelen. Bejaarden zijn vaak veel gemotiveerder als ze oefeningen mogen uitvoeren met dieren erbij.
Wat het psychisch vlak betreft, kunnen dieren een echte psychologische steun vormen en bijdragen tot verbetering van de levenskwaliteit in een periode die gepaard gaat met ingrijpende veranderingen. Bejaarden die samen met hun gezelschapsdier kunnen intrekken in het rusthuis, hebben het minder moeilijk gedurende de acclimatisatieperiode. Het zorgen voor een dier brengt bij bejaarden ook verschillende positieve effecten teweeg, zoals een gevoel van nuttigheid en eigenwaarde. Dieren zorgen ook voor afleiding, ontspanning en troost. Het zien van dieren helpt om het geheugen aan het werk te zetten en herinneringen op te roepen.
Op sociaal vlak hebben dieren een positieve invloed op de bewoners, het personeel en de bezoekers. Dieren creëren een ontspannen, vriendelijke, familiale en gezellige sfeer. Ze geven aanleiding tot conversatie en werken dus als sociale katalysator. Dieren kunnen voor het personeel een uitlaatklep vormen en troost bieden op momenten dat ze het fysiek en geestelijk zwaar hebben. Soms kunnen dieren ook arbeidsverlichtend werken, zoals bij gedesoriënteerde bewoners die rustiger worden wanneer er een dier in de buurt is. De aanwezigheid van dieren motiveert de familieleden, vooral de klein- en achterkleinkinderen, om op bezoek te komen.

Praktisch

De wet legt enkele voorwaarden op in verband met het houden van dieren in rust- en verzorgingstehuizen, ze mogen bijvoorbeeld geen toegang hebben tot bepaalde ruimtes. De beheerder van de instelling mag zelf beslissen over het al dan niet toelaten van dieren en welke voorwaarden hij hieraan wil koppelen.
Dieren kunnen onder verschillende vormen voorkomen in een rust- en verzorgingstehuis. Het kan zijn dat de bewoners hun eigen huisdier mogen meebrengen naar de instelling. Bezoekers kunnen ook samen met hun huisdier worden toegelaten. Het is ook mogelijk dat de instelling zelf enkele gemeenschappelijke dieren bezit. Hierbij kan het voorkomen dat het personeel zijn huisdier mag meebrengen. De instelling kan er ook voor opteren om speciale bezoekdiensten met dieren te laten langskomen.
Het gezelschap van alle soorten dieren heeft een positieve invloed op de bewoners van een instelling en het schept een meer familiale sfeer. Om echt een band te creëren tussen de bewoners en de dieren dient er best gekozen te worden voor dieren die ze kunnen aanraken en aaien. De meeste mensen verkiezen honden en katten als gezelschapsdier. Hier zijn verschillende redenen voor aan te halen, zoals hun aaibaarheidsfactor en hun vermogen om dingen aan te leren.
Het toelaten van dieren in een rust- en verzorgingstehuis dient goed doordacht te gebeuren. Het is belangrijk om zich voor de aanschaf van een dier eerst voldoende te informeren over het dier, zijn voeding en zijn verzorging. Het is ook zeer belangrijk om iedereen tijdig te informeren en naar hun mening te vragen. Er dient een dierenarts gezocht te worden voor de opvolging van de dieren. Om zich goed te organiseren en mogelijke problemen te vermijden, dienen afspraken in verband met dieren te worden opgenomen in het reglement en eventueel in een contract.

Enquête

Om te achterhalen of er dieren worden toegelaten in rusthuizen en wat de motivatie voor deze keuze is, stelde An Proost een enquête op. Afhankelijk van het antwoord op de vraag of er dieren worden toegelaten in hun instelling, krijgen de respondenten andere vragen. De enquête werd op een website geplaatst. Alle rusthuizen in de provincie Antwerpen werden gecontacteerd via email. In totaal hebben 61 respondenten de enquête ingevuld.
In het merendeel van deze instellingen, namelijk bij 47 van de 61 respondenten, worden er onder één of meerdere vormen dieren toegelaten.
Voor de meeste instellingen blijkt de aanwezigheid van dieren een vrij recent gegeven te zijn. De respondenten die reeds langer dan 10 jaar onder één of meerdere vormen dieren toelaten in hun instelling vertegenwoordigen 34 %. Bij de overige 67 % van de respondenten worden er pas sinds de laatste 10 jaar dieren toegelaten, waarvan in 43 % van de gevallen dit pas gedurende de laatste 5 jaar een feit is.
In 83 % van de instellingen worden bezoekers met hun huisdier toegelaten. Meer dan de helft van de instellingen (62 %) beschikt over enkele gemeenschappelijke dieren. In 34 % van de instellingen komen bezoekdiensten met dieren langs. Bewoners mogen in 26 % van de instellingen een eigen huisdier meebrengen. In 21 % van de instellingen mag het personeel hun huisdier meebrengen.
Uit de opmerkingen van de respondenten is af te leiden dat de huisdieren die de bewoners zelf mogen meebrengen meestal beperkt zijn tot vogels en vissen. Een veel voorkomende voorwaarde hierbij is dat de bewoners zelf nog voor hun dier moeten kunnen zorgen ofwel is hun bezoek verantwoordelijk voor het onderhoud. De vraag naar het houden van dieren op de eigen kamer blijkt niet erg frequent te zijn.
Er wordt door verschillende respondenten aangehaald dat er in hun instelling gewerkt wordt met honden in het kader van het animatieprogramma. Over de bezoekdiensten wordt vol lof gesproken.
meest voorkomende huisdierenVogels (64 %), vissen (47 %) en honden (47 %) zijn de meeste voorkomende dieren in de instellingen. Katten (31 %), konijnen (28 %), kippen (21 %) en geiten (16 %) worden ook regelmatig genoemd. Eenden (11 %), schapen (6 %), ezels (4 %) en herten (4 %) worden ook door enkele instellingen gehouden. Cavia’s, pauwen, fazanten en koeien worden eenmalig genoemd.
Uit de opmerkingen van de respondenten is af te leiden dat de gemeenschappelijke dieren meestal vissen en vogels zijn of dieren die in de tuin gehuisvest worden. Wanneer het om honden gaat, zijn deze meestal ofwel van een personeelslid die het dier ’s avonds terug mee naar huis neemt ofwel van bezoekdiensten.
meest voorkomende huisdieren

De meest genoemde voordelen van de aanwezigheid van dieren zijn de liefde en affectie die de bewoners van hen ervaren (74 %) en het bevorderen van sociale contacten (72 %). Andere vaak genoemde voordelen van de dieren zijn dat de bewoners rustiger en meer ontspannen zijn (47 %), dat hun beweeglijkheid wordt bevorderd (45 %), dat ze alert blijven (43 %), dat ze herinneringen ophalen (38 %) en dat ze zich nuttig voelen (36 %). Ander aangehaalde voordelen door respondenten zijn huislijkheid en dat de dieren de bejaarden een reden geven om ergens naar uit te kijken.


meest voorkomende huisdierenDe meest genoemde nadelen zijn de hygiëne (45 %) en klachten van sommige bewoners (36 %). Andere aangehaalde nadelen zijn geurhinder (17 %), klachten van het personeel (17 %), lawaai (9 %), plaatsgebrek (6 %), gezondheidsrisico’s (4 %) en problemen bij ziekte of overlijden van de eigenaar van het dier (2 %). Bijna een vierde van de respondenten (21 %) geeft aan dat er voor hun geen enkel nadeel verbonden is aan de aanwezigheid van dieren.
De meest voorkomende opmerking bij deze vraag is dat problemen voorkomen kunnen worden door vooraf goede en duidelijke afspraken te maken.
Indien de eigenaar van het dier ziek wordt of overlijdt, neemt de familie (44 %) in de meeste gevallen de zorg voor het dier op zich. In de andere gevallen zorgt de instelling (35 %), andere bewoners (12 %) of anderen (9 %) voor het dier. Als anderen worden vooral vrijwilligers aangehaald.


meest voorkomende huisdierenBij de respondenten waar geen dieren worden toegelaten, zijn de meest voorkomende redenen hygiëne (97 %), bezwaren van sommige bewoners (64 %), problemen bij ziekte of overlijden van de eigenaar van het dier (57 %) en geurhinder (57 %). Andere redenen die worden aangehaald zijn plaatsgebrek (21 %), bezwaren vanwege het personeel (14%), lawaaihinder (14 %) en onvoldoende kennis over dieren (7 %).
De meerderheid van de respondenten (79 %) zegt dat er van de huidige of potentiële bewoners vraag is naar het houden van dieren. De minderheid (21 %) zegt dat hier geen vraag naar is.


meest voorkomende huisdierenOp de vraag welke vormen van dieren houden misschien in de toekomst tot de mogelijkheden kunnen behoren in hun instelling, antwoordden de respondenten het vaakst speciale bezoekdiensten (79 %). Andere toekomstige mogelijkheden die worden genoemd zijn bezoekers die hun huisdier mogen meebrengen (43 %), gemeenschappelijke dieren voor de instelling (36 %) en het personeel dat zijn huisdier mag meebrengen (29 %). Meebrengen van het huisdier door de bewoners is voor geen enkele respondent een optie. Enkele respondenten (14 %) antwoordden dat geen enkele van deze opties in de toekomst tot de mogelijkheden zou kunnen behoren.
Op de vraag wat hun standpunt over het houden van dieren zou kunnen beïnvloeden hebben slechts drie van de veertien respondenten geantwoord. De eerste respondent antwoordde dat weinig zijn standpunt zou kunnen beïnvloeden. De tweede respondent vermeldt dat subsidiëring van een personeelslid om de dieren te verzorgen zijn standpunt zou kunnen beïnvloeden. Als laatste wordt er aangehaald dat het ganse team en de bewoners achter het voorstel moeten staan, dat het onderwerp uitgebreid bestudeerd moet worden en dat de voor- en nadelen afgewogen dienen te worden.
    

Conclusie

Uit deze gegevens valt te besluiten dat het merendeel van de respondenten dieren onder één of meerdere vormen toelaat in zijn instelling. Voor de meeste rust- en verzorgingstehuizen blijkt de aanwezigheid van dieren een vrij recent gegeven te zijn. Hieruit valt af te leiden dat de hedendaagse rust- en verzorgingstehuizen in toenemende mate moeite doen om een normale omgeving te creëren, waarin het dier dezelfde plaats inneemt als in de maatschappij. Het lijkt te verwachten dat deze trend zich in de toekomst nog zal verder zetten.

Proost An
Student bachelor Agro- en biotechnologie - afstudeerrichting Dierenzorg
Kaho Sint-Lieven - departement Sint-Niklaas

Reageren kan hier